Chili-weetjes

Een heel klein beetje geschiedenis

Chili, waar de meeste van onze wijnen vandaan komen, ligt aan de westkust van Zuid-Amerika. het grenst aan Peru, Bolivia en Argentinië.
‘Officieel’ is Chili 4.300 kilometer lang en slechts 90 tot 400 kilometer breed. Het land maakt echter aanspraak op een deel van Antarctica, het deel dat ook Argentinië voor zich opeist. Volgens de Chilenen is hun land 8.000 kilometer lang…

Chili is een Spaanssprekend land. Geen wonder, want het is een paar eeuwen een Spaanse kolonie geweest.
Vóór de komst van de Spanjaarden werd het Chileense grondgebied bevolkt door vele Indiaanse volkeren met allemaal hun eigen gewoontes en cultuur.
De verovering van Chili en de daarop volgende koloniale periode vallen tussen 1535 en 1810. In 1535 leidt Diego de Almagro de eerste Spaanse expeditie naar Chili. In 1540 begint de Spaanse verovering van Chili onder leiding van Pedro de Valdivia, en tevens de oprichting van steden, zoals Santiago (1541).
In de koloniale periode was er veel strijd tussen de Spanjaarden en vooral de Mapuche-Indianen, die zich eigenlijk nooit gewonnen hebben gegeven.

Op 18 september 1810 verklaart Chili zich onafhankelijk van Spanje. Er volgt een oorlog van acht jaar. Op 5 april 1818 is de onafhankelijkheid echt een feit (Slag om Maipo).

De eerste president van Chili was Bernardo O’Higgins (Ier van afkomst), een van de leiders van de troepen die de Spanjaarden uiteindelijk versloegen.

Als Chili’s nationale feestdag geldt nog altijd 18 september.

———–

País: herinnering aan de Spaanse overheersing

De oorspronkelijke bewoners van Chili, de Indianen, hebben nooit wijn gemaakt of gedronken. De alcoholische dranken die zij al eeuwen dronken, werden gemaakt van gegiste granen.
Uva negra variedad del paísNadat de Spanjaarden – al heel lang zeer vertrouwd met wijn – in de 16e eeuw een groot deel van Chili hadden veroverd en zich min of meer in dat land hadden gevestigd, begonnen ze hun lievelingsdrank behoorlijk te missen. Bovendien hadden ze dringend wijn nodig voor de eucharistie…
Dus werd er wijn uit Spanje aangevoerd, maar na de maandenlange reis in vaten over water en op ezels over land bleef er van de aanvankelijke kwaliteit niet veel meer over. Lokale productie was daarom zeer gewenst.
De druivenrassen van het eerste uur in Chili waren uiteraard van Spaanse komaf: muscatel, torontel, albilho, mollar en een druivenras dat werd aangeduid als ‘de blauwe druif’, en dat moet país zijn geweest. De wijn die van deze druif werd gemaakt, diende als miswijn en werd later ook gebruikt door het leger.
De pais is nu de meest zichtbare erfenis van de Spaanse overheersing van Chili. Er zijn nog altijd duizenden hectares met país-druivenstokken, maar hij wordt niet meer bijgeplant. Het is dus een uitstervend ras.

———–

Bijzonder boek over Chili’s wijnen

Paradiso – De nieuwe wijnen van Chili (uitgever: Inmerc bv, september 2006) vertelt het fascinerende verhaal van vijf eeuwen wijn in Chili, verkent alle dertien wijngebieden en hun uiteenlopende wijnstijlen en maakt zo duidelijk waarom Chili bekend staat als het paradijs voor wijnmakers.
Het boek is geschreven door Cees van Casteren, consultant, wijnschrijver en freelance journalist. Hij heeft verschillende boeken over wijn geschreven en is tweevoudig Vinoloog van het Jaar. Voor dit boek bezocht hij honderd wijnhuizen in Chili en proefde hij meer dan duizend Chileense wijnen.

———–

Carmenère / Merlot

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was Merlot misschien wel de topper onder de Chileense wijnen. Halverwege de jaren negentig ontdekten Franse wijnspecialisten echter dat een groot deel van de Merlot-voorraad in de Chileense wijngaarden in werkelijkheid Carmenère was.
De Carmenère-druif is, zoals de meeste van de bekende druivenrassen, afkomstig uit Frankrijk. Na de phylloxeraramp van rond 1850, waardoor de meeste wijnproducerende landen werden getroffen, mocht de voor diverse ziekten gevoelige Carmenère niet meer in Frankrijk aangeplant worden.
Je kunt gerust spreken van een kleine sensatie toen de Carmenère in Chili herontdekt werd. Die was daar meer dan een eeuw voor Merlot aangezien. Vreemd eigenlijk, want het ene ras is later rijp dan het andere, de bladeren van Merlot en Carmenère zijn duidelijk verschillend van vorm, en ook de vorm van de druiventrossen is anders.
Hoe dan ook, de Chilenen zijn nog altijd bezig met het ‘scheiden’ van beide rassen. Dikke kans dat een Chileense Merlot thans nog steeds een deel Carmenère bevat. Inmiddels is laatstgenoemde min of meer Chili’s nationale druif geworden, zoals de Malbec dat is voor Argentinië.