Druivensoorten

Tekst ontleend aan The Wine Info Site (TWIS)

Cabernet Sauvignon
Een kleine, doffe, donkerblauwe druif met een dikke schil. Het sap is zeer aromatisch. In een typische Cabernet Sauvignon ruik en proef je naast zwarte bessen ook groene paprika, pure chocolade en munt. De druif heeft een van de hoogste pit-vruchtvleesverhoudingen: 1 op 12. Pitten zijn, naast de schil, de belangrijkste tanninebron van wijn. Door zijn tannine is deze druif zeer geschikt om op eikenhouten vaten te rijpen. Dat maakt de stroeve tannine zacht en soepel. Als deze druif in een te koel klimaat groeit, neigen de wijnen naar onrijpheid en zijn ze wat dun. Een te warm klimaat maakt de wijn wat vlak en geeft een indruk van gestoofd fruit in de geur en smaak.

Carmenère
Een druivensoort voor rode wijn met een zeer lage opbrengst die erg gevoelig is voor coulure: het door weersveranderingen niet goed verlopen van de bloei met als gevolg een slechte oogst. Nadat de phylloxera (druifluis) rondom het begin van de twintigste eeuw een ravage had aangericht in de wijngaarden van bijna de gehele wereld, is deze druivensoort bijna niet meer aangeplant in Bordeaux noch de rest van de wereld. Dit druivenras werd in 1994 herontdekt in Chili, waar het een eeuw lang voor merlot was aangezien. De Carmenère geldt tegenwoordig als de nationale wijn van Chili.
Carmenère heeft een diepe kleur en een aroma van kruidnagel, zwarte bessen en pruimen.

Chardonnay
De beroemde, zeer productieve en vroegrijpe druivensoort voor witte wijn. De naam is bijna synoniem voor witte wijn. Deze variëteit vinden we overal ter wereld, zij past zich dan ook gemakkelijk aan aan de omstandigheden. De meeste Chardonnays zijn gerijpt op eiken. Daardoor proef je veelvuldig hints van hout. Verder zijn te proeven en te ruiken: perzik, ananas, meloen, boter, geroosterd brood en noten. Chardonnay is daarnaast beroemd als delicate basis voor mousserende wijnen en is een van de drie druivensoorten die in de beroemdste mousserende wijn, Champagne, worden gebruikt, naast Pinot Noir en Pinot Meunier. Karakter: fris en elegant, honing.


Chenin Blanc
De kameleon van de witte druivensoorten. Chenin Blanc is de meest geplante druivensoort in Zuid-Afrika. Deze variëteit is de basis voor vele soorten witte wijn: mousserende, droge en zoete witte wijn. Chenin Blanc is zeer aromatisch en heeft een goede, natuurlijke zuurhuishouding. In warmere klimaten kunnen ook de goedkopere wijnen die van deze druivensoort vervaardigd zijn nog fris en prettig smaken. In de wijn zijn perzik, abrikoos, noten, bloemen en honing te proeven en te ruiken.

Grenache
Grenache
Grenache is een sterke druivensoort voor rode wijn, die goed tegen extreme hitte kan. De druif heeft een dunne schil met weinig pigment en is daarom zeer geschikt om rosé te produceren. De rode wijnen van Grenache kunnen wat weinig kleur hebben. De druif rijpt lang en kan zo een zeer hoog suikerniveau ontwikkelen. De Grenache-wijnen kenmerken zich door een zeer fruitige, bijna zoete smaak waarin bramen en wat peper zijn te ontdekken. De Garnacha is in Spanjes enorme wijnbouwareaal de meest aangeplante donkere-wijnstok. Hij is een van de ingrediënten van Spanjes beroemde wijn Vega Sicilia, ook is hij belangrijk in de Châteauneuf du Pape.

MalbecMalbec
Malbec is een boerse, ronde druivensoort voor rode wijn. Het sap is zacht en heeft een laag zuurgehalte. De Malbec is vooral bekend in de Cahors, waar hij Auxerrois of Cot heet en volle, tanninerijke wijnen geeft. In Argentinië is de druivensoort veel aangeplant en geeft hij goede, rijke oogsten. In de druif vindt men de geur en smaak van gedroogd fruit, zwarte bessen en pruimen. In Argentinië is de wijn zacht, in de Cahors meer tanninerijk.

Merlot
Een productieve, vroegrijpe, fruitige, donkerblauwe druivensoort. Het sap is weelderig en fruitig en kan zwoel, bijna zoet zijn. In de Merlot ruik en proef je kersen, bessen en pruimen. De druif heeft een niet al te dikke schil en een relatief hoog suikergehalte. De Merlot bloeit vroeg in het voorjaar en is dan blootgesteld aan de gevaren van nachtvorst. Als de productie te hoog wordt, worden de wijnen dun en licht. Merlot komt in Bordeaux tot nu toe het best tot zijn recht. De druif wordt vaak gebruikt om in een blend de strengheid van de Cabernet Sauvignon te verzachten.

Pinot Noir
Een rode Bourgogne-druif met een dunne schil. De druiventros lijkt in vorm op de pinot:pijnboomappel,
vandaar de naam.
Deze druivensoort is in staat de meest fantastische wijnen voort te brengen, die zeer lang weggelegd kunnen worden. In de jongere wijnen proeven we frambozen, kersen en viooltjes. In de oudere wijnen treffen we meer aardse tonen en een bouquet dat doet denken aan wild en soms zelfs aan drop.
De nogal kleine druiven groeien dicht tegen de steel.


Prosecco

Witte druif, voor vooral mousserende wijn. Voornamelijk te vinden in Italië, ten oosten van Venetië. Grote lange trossen met ronde kleine druiven, vrij zoet van smaak. Rijpt begin oktober, gedijt goed op niet te droge plaatsen.
Geeft wijnen met bescheiden alcoholpercentage, strogeel van kleur, licht tot behoorlijk mousserend. Zachte smaak van groene appels en peer.

Ruby Cabernet
Kruising tussen Cabernet Sauvignon en Carignan. De eerste brengt een intense, mooie smaak in, de tweede een hoge opbrengst per hectare en het bestand zijn tegen warmere temperaturen. De smaakverwachting van deze kruising, die dateert uit ca. 1950, kwam echter niet helemaal uit, zodat de druif weer steeds minder populair is geworden, zeker als cépage-wijn.
Smaak: meer fruit dan tannine. Vooral gebruikt in blends om zijn kleur. Gedijt goed in Zuid-Afrika, waar hij sinds de vroege jaren tachtig wordt verbouwd. Ook treffen we hem in Australië en Californië.


Sauvignon Blanc
Een aromatische druivensoort voor witte wijn, met een groenige schil. Deze druif levert wijnen die droog, verfrissend, pittig en zeer snel drinkbaar zijn. Je kunt in de Sauvignon Blanc kruisbessen, grapefruit, bloemen en
gemaaid gras ruiken. Bij het proeven van de wijn valt de smaak van groene appels, kruisbessen en soms ananas en lychee op.

Semillon
Een wat moeilijk plaatsbare witte druivensoort, die wereldwijd op grote schaal wordt gekweekt, maar vaak niet geheel tot zijn recht komt.
De Semillon kan onder de juiste omstandigheden prachtige, fijne wijnen leveren die goed kunnen ouderen. De druif levert wijnen met veel extract en weinig zuren. Je ruikt en proeft abrikoos, mango en perzik. Semillon is goed geschikt voor lagering op eiken vaten. De wijn kan dan een rijke smaak ontwikkelen.


Syrah/Shiraz
Een zeer sterke druivensoort voor rode wijn. In Australië noemt men deze soort Shiraz. De wijnen van de Syrah hebben een hoog tannine-gehalte, zonder stroef te zijn. Ze ruiken en smaken naar blauw fruit zoals zwarte bessen en bosbessen, met een sterk gekruide toon van vers gemalen peper en andere kruiden. De Shiraz brengt enkele van de beste wijnen van Australië voort.

TempranilloTempranillo
Een typisch Spaanse druivensoort voor rode wijn, die vroeg rijp is (de naam Tempranillo betekent dan ook ‘vroeg’). De Tempranillo heeft een dikke schil en brengt wijnen voort met een diepe kleur en met weinig alcohol die lang bewaard kunnen worden zonder kleur te verliezen. De wijn heeft een fruitige smaak en geur, met weinig zuur; sommige wijnen hebben iets van specerijen en rood fruit. Synoniemen: Aragones, Tinto fino, Tinto del país, Tinta de Toro, Tinto de Madrid, Tinta Roriz, Ull de llebre en Cencibel.